Nederlands StatenVertalings 1715 Bijbel

Psalmen 78

Psalmen

Index

Hoofdstuk 79

1


 

  Een psalm van Asaf. O God! Heidenen zijn gekomen in Uw erfenis; zij hebben den tempel Uwer heiligheid verontreinigd; zij hebben Jeruzalem tot steenhopengesteld.  

 

 


2


 

  Zij hebben de dode lichamen Uwer knechten aan het gevogelte des hemels tot spijs gegeven; het vlees Uwer gunstgenoten aan het gedierte des lands.  

 

 


3


 

  Zij hebben hun bloed rondom Jeruzalem als water vergoten; en er was niemand, die hen begroef.  

 

 


4


 

  Wij zijn onzen naburen een smaadheid geworden; een spot en schimp dien, die rondom ons zijn.  

 

 


5


 

  Hoe lang, HEERE? Zult Gij eeuwiglijk toornen? Zal Uw ijver als vuur branden?  

 

 


6


 

  Stort Uw grimmigheid uit over de heidenen, die U niet kennen, en over de koninkrijken, die Uw Naam niet aanroepen.  

 

 


7


 

  Want men heeft Jakob opgegeten, en zij hebben zijn liefelijke woning verwoest.  

 

 


8


 

  Gedenk ons de vorige misdaden niet; haast U, laat Uw barmhartigheden ons voorkomen; want wij zijn zeer dun geworden.  

 

 


9


 

  Help ons, o God onzes heils! ter oorzake van de eer Uws Naams; en red ons, en doe verzoening over onze zonden, om Uws Naams wil.  

 

 


10


 

  Waarom zouden de heidenen zeggen: Waar is hun God? Laat de wraak des vergoten bloeds Uwer knechten onder de heidenen voor onze ogen bekendworden.  

 

 


11


 

  Laat het gekerm der gevangenen voor Uw aanschijn komen; behoud overig de kinderen des doods, naar de grootheid Uws arms.  

 

 


12


 

  En geef onze naburen zevenvoudig weder in hun schoot hun smaad, waarmede zij U, o Heere! gesmaad hebben.  

 

 


13


 

  Zo zullen wij, Uw volk en de schapen Uwer weide, U loven in eeuwigheid, van geslacht tot geslacht; wij zullen Uw roem vertellen.   

 

 


Psalmen 80

 

 

 

HTMLBible Software - Public Domain Software by johnhurt.com

 


Other Software is Available At These Sites: