Nederlands StatenVertalings 1715 Bijbel

Psalmen 13

Psalmen

Index

Hoofdstuk 14

1


 

  Een psalm van David, voor den opperzangmeester. De dwaas zegt in zijn hart: Er is geen God. Zij verderven het, zij maken het gruwelijk met hun werk; er isniemand, die goed doet.   

 

 


2


 

  De HEERE heeft uit den hemel nedergezien op de mensenkinderen, om te zien, of iemand verstandig ware, die God zocht.  

 

 


3


 

  Zij zijn allen afgeweken, te zamen zijn zij stinkende geworden; er is niemand, die goed doet, ook niet een.  

 

 


4


 

  Hebben dan alle werkers der ongerechtigheid geen kennis, die mijn volk opeten, alsof zij brood aten? Zij roepen den HEERE niet aan.  

 

 


5


 

  Aldaar zijn zij met vervaardheid vervaard; want God is bij het geslacht des rechtvaardigen.  

 

 


6


 

  Gijlieden beschaamt den raad des ellendigen, omdat de HEERE zijn Toevlucht is.  

 

 


7


 

  Och, dat Israels verlossing uit Sion kwam! Als de HEERE de gevangenen Zijns volks zal doen wederkeren, dan zal zich Jakob verheugen, Israel zal verblijd zijn.   

 

 


Psalmen 15

 

 

 

HTMLBible Software - Public Domain Software by johnhurt.com

 


Other Software is Available At These Sites: