Nederlands StatenVertalings 1715 Bijbel

Psalmen 11

Psalmen

Index

Hoofdstuk 12

1


 

  Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Scheminith. Behoud, o HEERE; want de goedertierene ontbreekt, want de getrouwen zijn weinig geworden onder de mensenkinderen.  

 

 


2


 

  Zij spreken valsheid, een ieder met zijn naaste, met vleiende lippen; zij spreken met een dubbel hart.  

 

 


3


 

  De HEERE snijde af alle vleiende lippen, de grootsprekende tong.  

 

 


4


 

  Die daar zeggen: Wij zullen de overhand hebben met onze tong; onze lippen zijn onze! Wie is heer over ons?  

 

 


5


 

  Om de verwoesting der ellendigen, om het kermen der nooddruftigen, zal Ik nu opstaan, zegt de HEERE; Ik zal in behoudenis zetten, dien hij aanblaast.  

 

 


6


 

  De redenen des HEEREN zijn reine redenen, zilver, gelouterd in een aarden smeltkroes, gezuiverd zevenmaal.  

 

 


7


 

  Gij, HEERE, zult hen bewaren; Gij zult hen behoeden voor dit geslacht, tot in eeuwigheid.  

 

 


8


 

  De goddelozen draven rondom, wanneer de snoodsten van des mensenkinderen verhoogd worden.   

 

 


Psalmen 13

 

 

 

HTMLBible Software - Public Domain Software by johnhurt.com

 


Other Software is Available At These Sites: