Nederlands StatenVertalings 1715 Bijbel

Psalmen 4

Psalmen

Index

Hoofdstuk 5

1


 

  Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Nechiloth. O HEERE, neem mijn redenen ter ore; versta mijn overdenking.  

 

 


2


 

  Merk op de stem mijns geroeps, o mijn Koning en mijn God! Want tot U zal ik bidden.  

 

 


3


 

  Des morgens, HEERE, zult Gij mijn stem horen; des morgens zal ik mij tot U schikken, en wacht houden.  

 

 


4


 

  Want Gij zijt geen God, Die lust heeft aan goddeloosheid; de boze zal bij U niet verkeren.  

 

 


5


 

  De onzinnigen zullen voor Uw ogen niet bestaan; Gij haat alle werkers der ongerechtigheid.  

 

 


6


 

  Gij zult de leugensprekers verdoen; van den man des bloeds en des bedrogs heeft de HEERE een gruwel.  

 

 


7


 

  Maar ik zal door de grootheid Uwer goedertierenheid in Uw huis ingaan; ik zal mij buigen naar het paleis Uwer heiligheid, in Uw vreze.  

 

 


8


 

  HEERE! Leid mij in Uw gerechtigheid, om mijner verspieders wil; richt Uw weg voor mijn aangezicht.  

 

 


9


 

  Want in hun mond is niets rechts, hun binnenste is enkel verderving, hun keel is een open graf, met hun tong vleien zij.  

 

 


10


 

  Verklaar hen schuldig, o God; laat hen vervallen van hun raadslagen; drijf hen henen om de veelheid hunner overtredingen, want zij zijn wederspannig tegen U.  

 

 


11


 

  Maar laat verblijd zijn allen, die op U betrouwen, tot in eeuwigheid; laat hen juichen, omdat Gij hen overdekt; en laat in U van vreugde opspringen, die UwNaam liefhebben.  

 

 


12


 

  Want Gij, HEERE, zult den rechtvaardige zegenen; Gij zult hem met goedgunstigheid kronen, als met een rondas.   

 

 


Psalmen 6

 

 

 

HTMLBible Software - Public Domain Software by johnhurt.com

 


Other Software is Available At These Sites: